by PushtoLearn
Will vs Be going to: gebruik en oefeningen
Inhoudsopgave
Will vs Be going to - Oefeningen
Deze oefeningen richten zich op Will vs Be going to
1. Gebruik van "Will"
"Will" wordt gebruikt voor:
-
Beslissingen die op het moment van spreken worden genomen
-
Voorspellingen gebaseerd op gedachten of overtuigingen
-
Beloften en aanbiedingen
Structuur: Subject + will + base form of the verb
Voorbeelden van "Will":
Voor beslissingen die nu worden genomen:
-
"I'm thirsty. I will get a glass of water."
-
"I don’t have enough money. I will borrow some from my friend."
Voor voorspellingen (gebaseerd op mening of overtuiging):
-
"I think it will rain tomorrow."
-
"She will be a great teacher someday."
Voor beloften en aanbiedingen:
-
"I will help you with your homework."
-
"Don’t worry, I will pick you up after school."
2. Gebruik van "Be Going to"
"Be going to" wordt gebruikt voor:
-
Plannen of intenties die al zijn besloten
-
Voorspellingen gebaseerd op huidig bewijs (iets wat je nu ziet of weet)
Structuur: Subject + am/is/are + going to + base form of the verb
Voorbeelden van "Be Going to":
Voor plannen en intenties:
-
"We are going to visit grandma next weekend."
-
"She is going to study medicine at college."
Voor voorspellingen (gebaseerd op bewijs):
-
"Look at those clouds! It is going to rain."
-
"He is going to be late; he just left the house."
Vergelijking van "Will" en "Be Going to"
|
Gebruik |
Will |
Be Going to |
|
Beslissing nu genomen |
"I’m tired. I will take a nap." |
X (niet gebruikt voor directe beslissingen) |
|
Toekomstplannen/intenties |
X (meestal niet gebruikt) |
"We are going to visit the zoo tomorrow." |
|
Voorspellingen |
"I think she will pass the test." |
"She studied a lot, so she is going to pass the test." |
|
Beloften/Aanbiedingen |
"I will help you with that." |
X (niet gebruikt voor beloften of aanbiedingen) |
Voorbeelden in context
Will:
-
Beslissing: "I forgot to bring lunch. I will buy something from the cafeteria."
-
Voorspelling: "Don’t worry; you will do great on your exam."
-
Belofte: "I will call you when I get home."
Be Going to:
Plan: "We are going to travel to Spain this summer."
Voorspelling op basis van bewijs: "The sky is dark. It is going to storm soon."
Wanneer gebruik je "Will" vs. "Be Going to"
Gebruik "will" voor:
-
Beslissingen die op het moment van spreken worden genomen
-
Voorspellingen gebaseerd op overtuiging, niet noodzakelijk op huidig bewijs
-
Aanbiedingen, beloften en suggesties
Gebruik "be going to" voor:
-
Plannen of intenties die vóór het moment van spreken zijn besloten
-
Voorspellingen gebaseerd op iets wat je nu ziet of weet