Bijgewerkt op februari 02, 2026
by PushtoLearn

Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden (Possessive Adjectives)

Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden geven bezit of eigendom aan.

Possessive Adjectives – Oefeningen

Deze oefeningen richten zich op bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden.

Wat zijn bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden?

Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden geven bezit of eigendom aan. Ze laten ons zien van wie iets is. Bijvoorbeeld in de zin:

"This is my book."

Het woord my laat zien dat het boek van de spreker is.

Lijst van bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden

Hier is een tabel om je te helpen de bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden in het Engels te begrijpen:

Subject Pronoun

Possessive Adjective

Example

I

my

This is my pen.

You

your

Is this your bag?

He

his

That is his car.

She

her

Her dress is beautiful.

It

its

The dog wagged its tail.

We

our

Welcome to our home.

They

their

Their house is big.

Regels voor het gebruik van bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden

  1. Altijd vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken

Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden staan altijd vóór het zelfstandig naamwoord dat ze beschrijven.

  • Correct: This is my dog.

  • Incorrect: This is dog my.


  1. Afstemmen op het subject pronoun

Het bezittelijk bijvoeglijk naamwoord moet overeenkomen met het onderwerp van de zin.

  • If the subject is "she," use her.

  • If the subject is "they," use their.


  1. Geen apostrof gebruiken

Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden gebruiken nooit een apostrof. Bijvoorbeeld:

  • Correct: The cat ate its food.

  • Incorrect: The cat ate it’s food. (it’s means "it is").

Dagelijks gebruik van bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden

We gebruiken bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden in dagelijkse gesprekken om relaties, bezit of lichaamsdelen te beschrijven. Hier zijn enkele voorbeelden:

Praten over familie

  • "This is my sister."

  • "Is that your mother?"

Bezit beschrijven

  • "Can I borrow your pen?"

  • "I left my phone at home."

Lichaamsdelen

  • "She hurt her leg."

  • "The baby is moving its hands."

Gerelateerde onderwerpen
@ 2026 PushtoLearn