by PushtoLearn
Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden (Possessive Adjectives)
Possessive Adjectives – Oefeningen
Deze oefeningen richten zich op bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden.
Wat zijn bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden?
Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden geven bezit of eigendom aan. Ze laten ons zien van wie iets is. Bijvoorbeeld in de zin:
"This is my book."
Het woord my laat zien dat het boek van de spreker is.
Lijst van bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden
Hier is een tabel om je te helpen de bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden in het Engels te begrijpen:
|
Subject Pronoun |
Possessive Adjective |
Example |
|
I |
my |
This is my pen. |
|
You |
your |
Is this your bag? |
|
He |
his |
That is his car. |
|
She |
her |
Her dress is beautiful. |
|
It |
its |
The dog wagged its tail. |
|
We |
our |
Welcome to our home. |
|
They |
their |
Their house is big. |
Regels voor het gebruik van bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden
-
Altijd vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken
Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden staan altijd vóór het zelfstandig naamwoord dat ze beschrijven.
-
Correct: This is my dog.
-
Incorrect: This is dog my.
-
Afstemmen op het subject pronoun
Het bezittelijk bijvoeglijk naamwoord moet overeenkomen met het onderwerp van de zin.
-
If the subject is "she," use her.
-
If the subject is "they," use their.
-
Geen apostrof gebruiken
Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden gebruiken nooit een apostrof. Bijvoorbeeld:
-
Correct: The cat ate its food.
-
Incorrect: The cat ate it’s food. (it’s means "it is").
Dagelijks gebruik van bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden
We gebruiken bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden in dagelijkse gesprekken om relaties, bezit of lichaamsdelen te beschrijven. Hier zijn enkele voorbeelden:
Praten over familie
-
"This is my sister."
-
"Is that your mother?"
Bezit beschrijven
-
"Can I borrow your pen?"
-
"I left my phone at home."
Lichaamsdelen
-
"She hurt her leg."
-
"The baby is moving its hands."