Bijgewerkt op februari 03, 2026
by PushtoLearn

Bijvoeglijke naamwoorden in het Engels: regels en oefeningen

Bijvoeglijke naamwoorden zijn woorden die zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden beschrijven of nader bepalen. Ze helpen ons meer details te geven over mensen, plaatsen, dingen of ideeën.

Adjectives – Oefeningen

Deze oefeningen richten zich op adjectives (bijvoeglijke naamwoorden).

Adjective + Noun

In het Engels staan bijvoeglijke naamwoorden meestal vóór het zelfstandig naamwoord dat ze beschrijven.

Correct

Incorrect

It’s an expensive guitar.

It’s a guitar expensive.

She has a new car.

She has a car new.

Belangrijke regel: Bijvoeglijke naamwoorden veranderen niet afhankelijk van het zelfstandig naamwoord. Of het zelfstandig naamwoord enkelvoud of meervoud is, het bijvoeglijk naamwoord blijft hetzelfde.

Singular

Plural

This is a blue shirt.

These are blue shirts.

Am / Is / Are + Adjective

Bijvoeglijke naamwoorden kunnen ook zelfstandig na het werkwoord be (am, is, are) staan.

Example

  • This guitar is expensive.

  • Her car is new.

In vragen komt het bijvoeglijk naamwoord na be + subject:

  • Is your car new?

  • Are your classmates nice?

Feel / Look / Smell / Sound / Taste + Adjective

Bijvoeglijke naamwoorden worden ook gebruikt na zintuiglijke werkwoorden zoals feel, look, smell, sound en taste. Deze werkwoorden verbinden het subject met het bijvoeglijk naamwoord dat het beschrijft.

Sense Verb

Example

Feel

I feel tired.

Look

You look amazing today.

Smell

This flower smells wonderful.

Sound

That idea sounds interesting.

Taste

This cake tastes delicious.

Adjectives hebben geen meervoudsvorm

In tegenstelling tot zelfstandige naamwoorden hebben bijvoeglijke naamwoorden in het Engels geen meervoudsvorm.

Correct

Incorrect

She has blue eyes.

She has blues eyes.

These are my favorite shoes.

These are my favorites shoes.

Using Very and Quite with Adjectives

We kunnen very of quite gebruiken om de betekenis van een bijvoeglijk naamwoord te versterken:

Modifier

Example

Very

It’s very expensive.

Quite

It’s quite nice.

Opmerking: Very geeft een sterkere intensiteit aan dan quite. Bijvoorbeeld:

  • The book is very interesting (sterke interesse).

  • The book is quite interesting (lichte/matige interesse).

Veelgemaakte fouten met adjectives

  1. Verkeerde positie gebruiken

Incorrect: She has a house beautiful.
Correct: She has a beautiful house.

  1. Bijvoeglijke naamwoorden in het meervoud zetten

Incorrect: He has browns eyes.
Correct: He has brown eyes.

  1. Overmatig gebruik van versterkers

Incorrect: This movie is very, very amazing.
Correct: This movie is very amazing.

  1. Zintuiglijke werkwoorden overslaan

Incorrect: You tired.
Correct: You look tired.

Dagelijks gebruik van adjectives

Zo worden bijvoeglijke naamwoorden gebruikt in dagelijkse gesprekken:

Context

Example

Appearance

She has long black hair.

Personality

He’s a kind and helpful teacher.

Feelings

I’m happy with the results.

Food

The soup is hot and spicy.

Places

It’s a small but cozy apartment.

Gerelateerde onderwerpen
@ 2026 PushtoLearn