by PushtoLearn
Tijdvoorzetsels: in, on, at
Inhoudsopgave
Oefeningen
At – exact tijdstip of korte periodes
We gebruiken “at” voor precieze tijdstippen, feestdagen en korte momenten in de tijd.
Voorbeelden:
-
at 7:30
-
at midnight
-
at lunchtime
-
at New Year’s Eve
Speciale gevallen: at night, at the weekend.
We gebruiken “at” ook om het einde van een periode aan te geven:
-
at the end of class
-
at the end of the month
In – langere tijdsperiodes
We gebruiken “in” voor maanden, jaren, eeuwen en delen van de dag.
Voorbeelden:
-
in June
-
in the morning
-
in 1999
-
in the 21st century
We gebruiken “in” ook om te zeggen hoe snel iets zal gebeuren:
-
The taxi will arrive in 20 minutes.
-
She will be here in half an hour.
On – dagen en datums
We gebruiken “on” bij dagen van de week, specifieke datums en benoemde feestdagen.
Voorbeelden:
-
on Tuesday
-
on 4th July
-
on Christmas Day
-
on Saturday afternoon
We gebruiken “on time” ook met de betekenis “op tijd / stipt”.
-
The bus is always on time.
-
Please arrive on time for the exam.
Geen voorzetsel
Wanneer we woorden gebruiken zoals **this, last, next, every**, voegen we geen voorzetsel toe.
Fout: on next Monday
Correct: next Monday
Fout: at last summer
Correct: last summer