Bijgewerkt op januari 08, 2026
by PushtoLearn

There is / There are: gebruik en oefeningen

De uitdrukkingen there is en there are worden gebruikt om aan te geven dat iets op een bepaalde plaats bestaat, om de locatie van dingen te beschrijven of om over hoeveelheid te spreken. Het woord there verwijst hier niet naar een plaats (“hier/daar”), maar functioneert als een formeel (dummy) onderwerp.

Inhoudsopgave

Oefeningen

Bevestigende zinnen


There is + enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord / ontelbaar zelfstandig naamwoord

  • There is a mouse in the kitchen.

  • There is some milk in the fridge.

There are + meervoudig telbaar zelfstandig naamwoord

  • There are two cats in the garden.

  • There are some books on the desk.

Met “someone” of “something”:

  • There was someone at the door.

  • There was something strange in the room.

Tip: In het enkelvoud gebruiken we meestal a / an vóór het zelfstandig naamwoord.

Ontkennende zinnen

Vorm: there + be + not + zelfstandig naamwoord

  • There isn’t a cat in the garden.

  • There aren’t any pencils on my desk.

  • There wasn’t any food in the box.

  • There won’t be a party next week.

Andere mogelijkheden:

  • There was no cat in the garden.

  • There is nobody in the room.

Vragen

Vorm: be + there + zelfstandig naamwoord … ?

  • Is there a cat outside? - Yes, there is. / No, there isn’t.

  • Were there any pencils on my desk? - Yes, there were. / No, there weren’t.

  • Will there be a concert tomorrow? - Yes, there will. / No, there won’t.

Met vraagwoorden:

  • Who is there in the room?

  • How many people are there at the station?

  • Is there anything I can do for you?

Gebruik met andere tijden & modale werkwoorden

  • There has been an accident this morning.

  • There must be some money in my pocket.

  • There is going to be a concert next week.

Opsommingen

Bij het opsommen van items stemt het werkwoord overeen met het eerste zelfstandig naamwoord:

  • There is a cat and two dogs in the house.

  • There are two dogs and a cat in the house.

Met andere werkwoorden

Soms vervangen andere werkwoorden be om bestaan of aanwezigheid aan te geven:

  • There stood a large statue in the park.

  • There lives an old woman in that house.

  • There came a loud noise from the kitchen.

Vormen in verschillende tijden

Tijd

Enkelvoud

Meervoud

Tegenwoordige tijd

There is …

There are …

Verleden tijd

There was …

There were …

Toekomende tijd

There will be …

There will be …

Gerelateerde onderwerpen
@ 2026 PushtoLearn