Bijgewerkt op januari 26, 2026
by PushtoLearn

Past Simple vs Past Continuous: verschil en oefeningen

De Past Simple spreekt over handelingen in het verleden en de Past Continuous over handelingen die in het verleden aan de gang waren.

Past Simple vs Past Continuous – Oefeningen en Quiz

Deze oefeningen richten zich op het gebruik van Past Simple en Past Continuous voor handelingen die in het verleden plaatsvonden.

Belangrijke verschillen tussen Past Simple en Past Continuous

Past Simple

Past Continuous

Beschrijft afgeronde handelingen in het verleden.

Beschrijft handelingen die in het verleden aan de gang waren.

Vertelt ons wat er is gebeurd.

Vertelt ons wat er op een specifiek moment aan het gebeuren was.

Example: I watched TV yesterday.

Example: I was watching TV at 8 PM yesterday.

Wanneer gebruik je de Past Simple

  1. Voor handelingen die één keer gebeurden en afgerond zijn:

Example: She went to the store.

  1. Voor handelingen die op een specifiek moment in het verleden plaatsvonden:

Example: They played soccer last week.

  1. Voor een reeks handelingen in het verleden:

Example: I woke up, ate breakfast, and left for school.

Wanneer gebruik je de Past Continuous

  1. Voor handelingen die op een specifiek moment in het verleden aan de gang waren:

Example: At 7 PM, I was studying.

  1. Voor een handeling die werd onderbroken door een andere handeling:

Example: I was cooking when the phone rang.

  1. Voor twee of meer handelingen die tegelijkertijd in het verleden plaatsvonden:

Example: While they were playing outside, I was reading a book.

Hoe vorm je de Past Simple en Past Continuous

Structuur van de Past Simple

Onderwerp + werkwoord in de verleden tijd

Regelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden

I played.

I went.

She worked.

She had.

Structuur van de Past Continuous

Onderwerp + was/were + werkwoord + -ing

Onderwerp

Voorbeeld Past Continuous

I

I was reading.

They

They were playing.

Voorbeelden: Past Simple vs Past Continuous

Afgeronde handeling vs. handeling aan de gang op een specifiek moment

  • Past Simple: I ate dinner at 6 PM.

  • Past Continuous: I was eating dinner at 6 PM.

Handeling gebeurde vs. onderbroken handeling die aan de gang was

  • Past Simple: I watched TV last night.

  • Past Continuous: I was watching TV when the phone rang.

Twee handelingen na elkaar vs. twee handelingen tegelijkertijd

  • Past Simple: I finished my homework and went to bed.

  • Past Continuous: While I was studying, my brother was playing video games.

Hoe combineer je Past Simple en Past Continuous

We gebruiken vaak de Past Continuous om te beschrijven wat op de achtergrond aan de gang was, wanneer een andere handeling in de Past Simple dit onderbrak.

Past Continuous (lopende handeling) + Past Simple (onderbrekende handeling):

Example: I was reading a book when my friend called.
Example: They were playing soccer when it started to rain.

Veelgebruikte tijdsaanduidingen bij Past Simple en Past Continuous

Past Simple

Past Continuous

Yesterday

At [specific time]: At 5 PM, I was eating.

Last night, last week, last month

While: While I was working, he was sleeping.

Two days ago

When: I was walking when it started to rain.

Gerelateerde onderwerpen
@ 2026 PushtoLearn